De race om 800 miljard
Het FD van 24 november meldt dat maakbedrijven Signify, Aalberts en Kendrion vol inzetten op de defensiemarkt. Signify maakt techniek voor militaire communicatie via licht, Kendrion ontwikkelt precisieremmen voor radarsystemen en Aalberts levert innovatieve coatings voor militaire schepen. Best een slimme zet.
Want de Nederlandse defensiemarkt groeit van 22 miljard euro dit jaar naar 27 miljard euro in 2026. Maar er is meer. De Europese markt groeit van 380 miljard euro naar 800 miljard euro in 2030. Het is dus niet de vraag of ze een stuk van de taart pakken, maar hoe groot dit stuk zal zijn.
Ik weet uit ervaring dat maakbedrijven goed zijn in het engineeren en bouwen van hoogwaardige producten. Maar samen met klanten in hoog tempo ontwikkelen vinden ze vaak lastig. En dit is cruciaal in een hybride oorlogstijd waar de time-to-battlefield het verschil betekent tussen leven en dood.
Als deze bedrijven willen winnen in de defensiemarkt, dan zou ik multidisciplinaire innovatieteams bouwen. Dit zou mijn perfecte team zijn:
- Engineer: bewaakt dat de oplossing technisch werkt
- Tester: bouwt het prototype en voert de test uit
- Soldaat: zorgt dat de oplossing aansluit bij de vraag van defensie
- Designer: bewaakt de gebruikerservaring op het slagveld
- Innovatiestrateeg: ontwerpt de iteratieve ontwikkelaanpak voor snelheid
Met strategisch teamontwerp kunnen Signify, Aalberts en Kendrion hun innovaties zomaar eens eerder finishen dan de Europese of Amerikaanse concurrenten. De trade-off is wel dat ze specifieke defensie-oplossingen ontwikkelen, die wellicht niet schaalbaar zijn naar andere industrieën.